Home » Survey » Uitslag enquete

Een voorlopig beeld: datum 26-03-2018

aantal respondenten 104

 

Van de 104 mensen geeft 78,84% aan getraumatiseerd te zijn in gezinsverband, waarvan 59,62% aangaf tussen [0-12 jaar] te zijn misbruikt of mishandeld, wat zeer verontrustend is gelet op duur (12 Jaar) en leeftijd.  

Ook verontrustend is wel dat 66,35% aangaf al voor het zesde levensjaar te zijn misbruikt en of mishandeld.

Maar nog meer dat 94,23% aangaf langdurig te zijn misbruikt en of mishandeld.

83,65% geeft aan zich te kunnen vinden in de diagnose.

Men is gemiddeld matig tevreden over de hulp, met een gemiddelde waardering van 4,9 op een schaal van [0-10]

Er waren in de beoordeling behoorlijke uitschieters naar (meer) beneden als naar boven. Hierdoor vertekend de tendens of wat als norm kan worden gezien.

Opvallend was dat zij met psychosen 8,65% de hulp waardeerden met een lager gemiddeld cijfer van 3,6 op een schaal van [0-10]

Ook opmerkelijk is dat zij met verslaving de hulp beter waarderen met een gemiddelde van 5,9 op een schaal van [0-10], naast zij met een eetstoornis met een gemiddelde van 5,3 op een schaal van [0-10]

Van de mensen die eenmalig was opgenomen geeft 83,32% aan dat men suïcidegedachten heeft of een poging heeft gedaan en tevens depressieve klachten heeft.

Van de groep mensen met depressieve klachten heeft 69,77% tevens suïcidegedachten of een poging gedaan.

In het algemeen merkte men op dat er meer hulp moet zijn en meer kennis over (complexe) PTSS.

 

90,38% geeft aan te lijden aan Complexe PTSS

84,62% geeft aan angstklachten of paniekstoornis te hebben

82,69% geeft aan depressieve klachten te hebben

64,42% geeft aan dissociatieve klachten te hebben

59,62% geeft aan ooit een suïcidepoging te hebben gedaan of gedachten te hebben.

58,65% geeft aan hechtingsproblemen te hebben

50,96% geeft aan persoonlijkheidsproblematiek te hebben

36,54% geeft aan fobieën (ook sociale) te hebben

36,54% geeft aan een eetstoornis te hebben

28,85% geeft aan zich wel eens te beschadigen (automutilatie)

25,96% geeft aan een verslaving te hebben

  8,65% geeft aan psychotische klachten te hebben (gehad)

 

Behandeling:

- Medicatie                                  99,04%

- psychotherapie                         84,62%

- Therapeutische gemeenschap   12,5%

 

Crisisopname:

Nooit                                           71,15%

Eenmalig                                     17,31%

Tussen [2-5]                                9,26%

Meer dan 5                                   2,28%

 

Gebruikte medicatie:

- antidepressiva                           41,35%

- slaapmedicatie                           33,42%

- kalmerende (anxiolytica)           29,81%

- anti-psychotica                          14,42%

 

Voorlopige conclusie:

Gelet op het percentage is het van belang te vragen naar suïcidegedachten of poging en is het nodig aandacht te hebben voor angstklachten, zoals (sociale) fobieën en paniekstoornis, maar ook depressieve klachten, verslaving, eetstoornissen, automutilatie en dissociatieve stoornissen uit te vragen. Relationele problemen - persoonlijkheidsproblematiek/ relaties - zoals bijvoorbeeld hechtingsproblemen dienen ook de aandacht te hebben. De problemen zijn kennelijk zo destabiliserend dat 28,85% aangeeft ooit opgenomen te zijn geweest. Dat is hoger dan zij met psychosen. Het blijkt dus dat velen een heel scala aan klachten kunnen hebben die gemist worden als slechts PTSS als diagnose de voorkeur heeft. Complexe PTSS is nog geen officiële DSM-5 diagnose, hierdoor voelen clinici zich gedwongen - volgens DBC - andere assen te gebruiken en lopen we het gevaar door de bomen het bos niet meer te zien en verliezen we een integratieve aanpak en kijk. PTSS als diagnose is onderhevig aan discussie en verandering. Verandering die als het aan de APA ligt door tijd en gebrek aan consensus getuige de klinische ervaring met cliënten en hun klachten eerder zal achterlopen met de realiteit van de problemen of klachten waar cliënten mee worstelen. Het is zoals Onno van der Hart zei "het epicentrum zijn de traumatische ervaringen." We kunnen haast stellen dat velen eerder langdurige ervaringen hebben van kindermishandeling, dan slechts uit te gaan van een eenmalige of een beperkt aantal. Er valt voorzichtig op te merken dat zij met psychosen wellicht beter geholpen kunnen zijn. Dit is slechts een voorlopige uitslag, later dit jaar zal er een kwantitatieve data-analyse komen om verbanden nader uit te zoeken. Toch beoordeelt men de kwaliteit van zorg in het algemeen onder een voldoende of 6. Dat betekend dat de GGZ beter moet scoren. Ik hoop in een vervolgonderzoek te kunnen duiden of onderzoeken waarom.