Home » Story » Verhaal van Alie

Mijn ervaringen met de psychiatrie

Op mijn 14de werd ik voor het eerst geconfronteerd met de psychiatrie. Althans wat in die tijd het alternatief was binnen een gesloten setting van een gewoon ziekenhuis. Soort PAAZ dus. Een psychiater was daar niet. Dat was een zenuwarts. De patiënten waren natuurlijk wel hetzelfde als je tegenwoordig tegenkomt tijdens een opname. Depressief, in de war, verslaafd, in zichzelf mompelend. En gedrogeerd.

Ik had een buisje aspirine naar binnen gewerkt. In de jaren daarvoor was ik getraumatiseerd geraakt doordat er eerst een ‘oom’ was die zich een paar keer aan mij vergrepen had, niet ernstig, maar wel ingrijpend. Daarna was ik getuige van het ongeluk waarbij mijn jongste broer zijn hand verloor. Experimenten in  huis met chemicaliën door hem en mijn oudste broers. Regelmatig explodeerde er weer wat. Hoe onveilig moet ik me gevoeld hebben. En dan de jammerlijke bloedende resten van mijn broers hand. Al dat bloed. Maar in de jaren ’70 had nog nooit iemand gehoord van een Posttraumatische Stres Stoornis. 

Na die opname ben ik uiteindelijk in de war geraakt op mijn 15de en maakte plannen om weg te lopen. Het was een heel irreëel plan; ik zou met de trein naar Lissabon en vandaar uit met een vrachtboot naar Amerika, het land van de vrijheid. Ik zou als verstekeling mee gaan. Bij de grens naar Frankrijk werd ik opgemerkt en uit de trein geplukt. Daarna volgde een nieuwe opname. Dit keer wat langer. Ik leek in de war en ik wilde niet meer terug naar huis zodat ik uiteindelijk in een internaat terecht kwam. waar ik mijn school afmaakte. 

Ik had een haat-liefde verhouding gekregen met de psychiatrie. Privé liep ik er met een grote boog omheen. Maar beroepsmatig zocht ik het steeds op. Als medisch secretaresse. Aan de ene kant hunkerde ik naar een psychiater waar ik mijn verhaal kwijt kon, waar ik patiënt kon zijn. Aan de andere kant was ik er schreeuwend bang voor.

Het is me gelukt om er 20 jaar lang weg te blijven en een normaal leven op te bouwen met carrière en gezin. Toen ik in de problemen kwam door depressies, zocht ik hulp in het alternatieve circuit bij een haptonoom. Helaas, redde ik het niet en uiteindelijk moest ik worden opgenomen.

Vroeg ik me in de jaren daarvoor steeds af wat er toch met mij was dat ik als tiener opgenomen was geweest, nu werd het een soort obsessie om uit te vinden wat ik toch voor ziektebeeld had. Ik kreeg ook vele diagnoses. (Complexe) PTSS leek daar nog het beste van te kloppen. Tja, ik had inmiddels ook al twee huwelijken achter de rug met geweld.

Maar nog steeds dacht ik dat ik ‘wat dingetjes’ had meegemaakt. Andere mensen hadden veel ergere dingen meegemaakt. Het viel allemaal nogal mee met mij. Op mijn vraag of iemand met mij mijn trauma’s wilde verwerken, kreeg ik steevast een ‘nee’ te horen. Dat was te complex. Ach kom, dacht ik dan, het zijn toch gewoon wat ‘dingetjes’?

Maar ik leed aan stemmingswisselingen, angstklachten, had al een paar keer een zelfmoordpoging gedaan en slikte antidepressiva en antipsychotica. 20 jaar lang. En ik was arbeidsongeschikt geworden. 

In 2013 was er eindelijk een psycholoog die zei dat het wel kon om de trauma’s te verwerken. Het was zwaar, maar het ging heel goed. Aan het eind van die periode leek ik helemaal vrij van PTSS klachten en ik schreef er een boek over. “Fluister het maar in mijn oor”

Ik zou nog verder gaan in een traject om verder te helen. Ik zou hulp krijgen bij het oppoetsen van mijn zelfbeeld en eventueel wat ik verder nog tegenkwam. Het ging een tijd heel goed met mij. En toen liepen de dingen ineens heel anders. Er triggerden weer dingen uit het verleden, ik kreeg hevig last van stemmingswisselingen en ik sukkelde een tijdlang door met mijn psycholoog. En ineens was daar weer een opname. Na heel veel jaren was ik ineens in crisis geraakt en was hevig overprikkeld geraakt.

Ik had op dat moment net een nieuwe psychiater gekregen en deze meende een borderline persoonlijkheidsstoornis bij mij te zien. Dit was net twee jaar daarvoor onderzocht en van de hand gewezen, dus ik verzette me hier nogal tegen. Ik herkende me er totaal niet in. De behandeling werd helemaal omgegooid, nog terwijl ik zwaar overprikkeld thuis bij zat te komen van de emoties die de opname bij me had opgeroepen. Ik raakte hier nog meer overprikkeld door en ik werd heel boos over deze vreemde manier van doen. Deze psychiater kende mij helemaal niet, dingen waren zonder overleg met mij veranderd en vastgesteld. Ik voelde me niet serieus genomen en gestigmatiseerd. Ik raakte in een depressie en deed opnieuw een zelfmoordpoging.

Ik raakte steeds verder in het slop. Tot ik vorig jaar ineens met de antipsychotica mocht stoppen. De huisarts had geconstateerd dat ik veel last had van bijwerkingen en na overleg met mijn psychiater zei ze dat ik het mocht afbouwen.

Ze vond ook dat ik zo’n pilletje ook helemaal niet nodig had. "Huh? Waarom dan toch voor blijven schrijven?" reageerde ik verontwaardigd. Tja, overerving en te weinig tijd.

Maar ik ging me heel goed voelen en was zeer verontwaardigd. Ik voelde me steeds beter en concludeerde dat er niets met me aan de hand was. De pillen waren er de schuld van dat ik me al jaren zo slecht voelde. De EMDR had me genezen en daarna hadden de pillen mijn gevoel bij me weg gehouden en me zieker gemaakt. Ik was heel boos op de psychiatrie die maar zo al die pillen voorschreef aan mensen waardoor ze nog zieker werden.

Ik ging me terugtrekken van de hulpverlening, ondanks alle angsten die ik inmiddels weer tegenkwam. Ik had er nog even hulp voor gezocht bij de psycholoog, die na overleg met mijn psychiater zei, dat ik moest wachten op de schematherapie die ik zou gaan volgen. Dat duurde mij te lang en ik kon bijna niet meer slapen. Dus organiseerde ik weer in de alternatieve hoek een hypnotherapeut. Ach, en de psychiatrie had ik toch niet meer nodig, want ik moest alleen nog wat resttrauma’s verwerken die ik tegen was gekomen nu mijn gevoel niet meer was afgevlakt door de medicijnen. Ik zag het allemaal heel positief in, werd steeds drukker, fladderde de dagen door met bergen plannen, een hoop energie en zelfvertrouwen en ik werd steeds overmoediger.

Kortom, ik was manisch geworden. Bovendien had ik verschillende paranoïde wanen ontwikkeld naar mijn hulpverleners. Ik dacht dat ze een nieuwe diagnose voor me aan het in elkaar knutselen waren om me ook weer mee te hersenspoelen. Het jaar daarvoor had mijn psychiater me tijdens ieder bezoek onder de neus gewreven dat ze zag dat ze goed zat met de diagnose en dat dit of dat in het beeld van borderline paste, waardoor ik zelf uiteindelijk in deze diagnose ging geloven en ook steeds meer aan het verwacht beeld voldeed. Ik deed dingen die ik nooit had gedaan, mezelf snijden. Dus ging mijn psychose voor een deel over hersenspoeling. Ik vind het niet zo gek hoor. Ik handelde ook naar mijn wanen door aangifte te doen bij de politie, slachtofferhulp te bellen en allerlei rare mails te sturen. 

Die hele periode heeft een half jaar geduurd. En toen vond mijn man het welletjes. Ik werd steeds gekker en sliep al die tijd heel slecht. Mijn man eiste een gesprek met mijn psychiater. Deze begon mij meteen de mantel uit te vegen over die mails. Ze wou er werk van maken en ik moest mijn verantwoordelijkheid nemen. Zij had het altijd over mijn verantwoordelijkheid nemen. Huh? Ik was manisch en psychotisch en bleek dus volledig verantwoordelijk voor wat ik deed. Dat zorgde tijdens en na de opname die op het gesprek volgde nog voor heel wat paniekaanvallen en reacties bij mij. 

Ik kreeg weer medicijnen en na een tijdje kwam ik tot rust. Omdat mijn vertrouwen in mijn psychiater tot onder het nulpunt gezakt was, was ik hoog op de wachtlijst voor de ouderenzorg gezet. Ik was inmiddels 60 geworden, het moment waarop je daar dan verder behandeld moet worden.  Met de medicatie - dat pilletje dat ik zogenaamd niet nodig had, bleek het enige werkzame middel tijdens een manie -, kwam ik na een poosje tot rust. Nog een depressie erachter aan waardoor het beeld compleet werd.

Toen ik onlangs eindelijk een intakegesprek bij de nieuwe psychiater van de ouderenzorg kreeg werd dan ook onmiddellijk de diagnose veranderd: manisch depressief en psychosegevoeligheid. Mijn jongste broer was manisch depressief, mijn oudste broer heeft ook op zijn 60ste eenmalig een psychose gehad. 

Mijn vertrouwen in de psychiatrie heeft een flinke knauw gehad, maar deze nieuwe psychiater lijkt me aardig en lijkt te begrijpen wat er aan de hand is. Ik zal haar maar een eerlijke kans geven. Ik hoop dat ik nu eindelijk de juiste medicijnen krijg waarop ik een stabieler leven krijg. En ik krijg psycho-educatie, zodat ik op tijd kan ingrijpen en hulp inroepen wanneer de dingen weer mis dreigen te gaan. 

Mijn manisch depressieve gevoeligheid is gebaseerd op een genetische aanleg en jeugdtrauma’s. Ook aan de trauma’s die nog geen of onvoldoende aandacht hebben gekregen, wil ik gaan werken. Ik wil met zo weinig mogelijk medicatie toe kunnen. Ik heb er alle vertrouwen in dat ik de jaren die ik nog te gaan heb op een zinvolle manier kan invullen. Genieten van mijn kinderen en kleinkinderen en die dingen doen waar ik plezier in heb en waar ik goed in ben.

Alie

 

 

  • Nederlandstalig
  • 138 pagina's
  • ISBN 9789402121438
  • Uitgave september 2016

Samenvatting

Als Alie 12 jaar is, is ze getuige van een ongeluk met haar broer waarbij zijn hand eraf gerukt wordt. Dit is het begin van een opeenstapeling van trauma's en tegenslagen in haar leven. Na een lange en pijnlijke zoektocht waar niemand haar kan helpen en haar gezin ook te lijden heeft onder haar klachten, komt ze erachter dat ze complexe PTSS heeft. Uiteindelijk komt ze in aanraking met een psycholoog die het aandurft om met haar EMDR te gaan doen, een therapie die al snel effect kan hebben. De lezer wordt meegevoerd langs de trauma's zo de spreekkamer van de psycholoog in om de EMDR sessies mee te beleven. Aan het einde van dit autobiografische verhaal is Alie vrij van de PTSS klachten en is de weg vrij voor cognitieve therapie om de schade die aan haar persoonlijkheid is ontstaan te minimaliseren.